22 karaat witgoud (916)
916 is in India en delen van Azië en het Midden-Oosten een vertrouwd gehalte voor geel goud. Als wit materiaal is het praktisch onhaalbaar. Toch wordt het aangeboden, en dan gaat het bijna altijd om iets anders dan de koper denkt. Hieronder wat je in dat geval werkelijk in handen hebt.
916 betekent 91,6 procent goud, oftewel 22 karaat. Er blijft nog geen negen procent over voor alle bijmetalen samen — te weinig om de gele kleur te onderdrukken en tegelijk voldoende stevigheid te geven. Wit uitziend 916 is vrijwel altijd geel goud met een rhodiumlaag.
Wat er achter de aanbieding zit
| Wat je ziet of hoort | Wat het meestal is | Hoe je het toetst |
|---|---|---|
| Wit sieraad met stempel 916 | Geel 916 met deklaag | Bekijk sleetranden bij het slot of de onderzijde |
| "22 karaat wit" zonder stempel | Ander gehalte of ander metaal | Laat het gehalte meten voor je koopt |
| Stempel 916 met aanduiding van een laag | Coating op een kern | Weeg het en vergelijk met het volume |
| Wit sieraad met certificaat uit een andere markt | Kan kloppen, maar op geel gehalte | Lees of het document de kleur of het gehalte betreft |
De eerste rij is verreweg het meest voorkomend. Rhodineren op geel goud werkt technisch prima; de laag hecht en oogt wit. Het probleem is de levensduur: het contrast tussen de gele kern en de witte laag is maximaal, dus elke doorgesleten plek valt meteen op. Zie hoe die laag werkt en hoe je materiaal herkent.
Waarom de legering vastloopt
Ontkleurende metalen hebben dosering nodig. Bij 916 moet alles — kleurcorrectie, stevigheid, gietgedrag en korrelverfijning — uit acht komma vier procent komen. Zelfs als je die hele ruimte aan één ontkleurder zou besteden, blijft het resultaat zichtbaar geel. Daar komt bij dat het materiaal dan extreem zacht is: een ring in dit gehalte vervormt onder normale handkracht.
Dat verklaart ook de constructie van 916-sieraden uit de markten waar het gangbaar is. Ze zijn vaak zwaar en massief, met weinig fijne details en zelden met kwetsbare zettingen, precies omdat het materiaal geen scherpe of dunne vormen vasthoudt.
Bij inkoop is 916 juist gewild: het gehalte is hoog, dus de goudwaarde per gram is groot. Wat je betaalt is dan materiaal, geen bewerkbaarheid. De rekenwijze staat bij de prijs per gram.
Als je een wit 916-stuk overweegt
- Vraag expliciet naar de kleur van het basismateriaal. Niet naar het gehalte; dat zegt hier niets over wit of geel.
- Reken op periodiek opnieuw behandelen. Bij een gele kern is doorslijten binnen een jaar goed zichtbaar.
- Vermijd het voor dagelijkse ringen. Het materiaal is te zacht om vorm en zetting te houden.
- Controleer of het gehalte hier gemeten kan worden. Bij verkoop of taxatie wordt niet op de stempel afgegaan.
Waar de reeks eindigt
Eén stap hoger is er helemaal geen legeringsruimte meer; dat is het punt waarop de aanduiding zichzelf tegenspreekt. Die redenering staat volledig uitgewerkt bij 24 karaat witgoud. Een stap lager is de situatie iets minder extreem maar nog steeds ontoereikend, zie 875. Het gehalte waar witgoud technisch begint te werken, is 750; de hele reeks staat bij karaat en gehalte.
Veelgestelde vragen
Bestaat er echt wit 22 karaat goud?
Als legering met een witte tint niet in bruikbare vorm. Wat zo verkocht wordt, is geel 916 met een witte deklaag of een lager gehalte met een verkeerde aanduiding.
Mag een verkoper gerhodineerd 916 als witgoud aanbieden?
De term witgoud slaat op de legering, niet op de afwerking. Vraag daarom altijd naar de kleur van het basismateriaal en laat dat op de bon zetten.
Is 916 hetzelfde als 22K?
Ja, dezelfde waarde in een andere notatie: 22 delen op 24 komt uit op 91,6 procent. Beide stempels kom je naast elkaar tegen.
Kan een 916-ring hier vermaakt worden?
Vaak wel, maar niet elke werkplaats heeft passend soldeer. Door de zachtheid is de kans op vervorming tijdens het werk bovendien groter.
Laatst gecontroleerd: