Witgoud.com

Dun geworden ringband

Een ring die twintig jaar dagelijks is gedragen, is aan de onderzijde meetbaar dunner dan bij aankoop. Dat is normale slijtage, versterkt door elke polijstbeurt. Op een gegeven moment is de grens bereikt waarop opknappen niet meer helpt en herstel van het materiaal nodig is. Deze pagina laat zien hoe je dat moment herkent en welke routes er zijn.

Laat de bandhoogte meten voordat je nog een behandeling goedkeurt. Zit de ring rond of onder de ondergrens van ongeveer 1,4 millimeter voor dagelijks dragen, dan is polijsten geen optie meer: dat maakt hem verder dun. Kies dan voor bijzetten van materiaal of voor een nieuw bandgedeelte onder de bestaande kop.

Zo stel je het vast

De routes vergeleken

Wat elke oplossing kost aan materiaal, arbeid en oorspronkelijkheid van de ring.
RouteWat er gebeurtWanneer passend
Nog een polijstbeurtEr verdwijnt opnieuw materiaalAlleen als de band ruim boven de ondergrens zit
Bijzetten aan de onderzijdeEen strook goud wordt op het versleten deel gesoldeerd en in het profiel weggewerktBij plaatselijke slijtage met een verder gezonde band
Nieuw bandgedeelte onder de kopHet hele onderste deel wordt vervangen door nieuw materiaalBij een ring waarvan de kop en het zetwerk nog goed zijn
Volledig nieuwe ring, oude kop hergebruiktAlleen zetwerk en stenen blijven behoudenBij zware slijtage of veel eerdere reparaties
Nieuwe ring van het oude goudHet materiaal wordt ingeleverd of verrekendBij een eenvoudige band zonder gevoelswaarde in de vorm

Waarom bijzetten vaak de verstandigste keus is

Een dunne band is niet alleen kwetsbaar voor breuk, hij vervormt ook: hij gaat ovaal staan, waardoor de ring klemt en het zetwerk scheef komt te staan. Materiaal bijzetten draait dat terug zonder dat je de ring kwijtraakt. De werkplaats slijpt het versleten deel schoon, soldeert er een strook goud van hetzelfde gehalte op en werkt die weg tot het profiel weer klopt. Daarna volgt polijsten en rhodineren, want het bewerkte deel wijkt anders van kleur af. Het nadeel is de naad en de arbeid: bijzetten is bewerkelijker dan het klinkt en kost daardoor meer dan een gewone onderhoudsbeurt. Wat er technisch bij komt kijken, staat bij solderen, lassen en vervangen.

Meld het altijd als de ring in chloorwater is geweest. Dun materiaal dat ook nog chemisch is aangetast, scheurt vaak opnieuw naast de reparatie; zie chloor en witgoud.

Voorkomen bij de volgende ring

Slijtage aan de onderzijde is niet te vermijden, maar wel te vertragen. Een hogere band houdt langer stand dan een lage, en een profiel zonder scherpe randen slijt gelijkmatiger dan een vlak model met kanten. Voor dagelijks dragen geldt een bandhoogte vanaf ongeveer 1,4 tot 1,8 millimeter als praktische ondergrens; wie weet dat hij zijn ring nooit afdoet, kiest ruimer. Ook het gehalte telt mee: 585 is harder dan 750 en houdt bij intensief gebruik langer zijn vorm. De afwegingen staan bij breedte en profiel en bij 14 tegenover 18 karaat.

Veelgestelde vragen

Hoe dun is te dun?

Er is geen harde grens, maar onder ongeveer 1,4 millimeter bandhoogte wordt een ring die dagelijks wordt gedragen kwetsbaar voor vervorming en breuk.

Kan een gescheurde band nog gerepareerd worden?

Dichtsolderen kan, maar bij een versleten band is de scheur een symptoom. Bijzetten of vernieuwen van het materiaal geeft een duurzamer resultaat.

Wordt een bijgezette ring net zo mooi als daarvoor?

Na afwerken en rhodineren is het verschil met het blote oog meestal niet te zien. Onder een loep blijft de naad zichtbaar.

Is het slimmer om een nieuwe ring te kopen?

Puur rekenkundig soms wel, zeker bij een eenvoudige band. Bij een trouwring of erfstuk weegt behoud vaak zwaarder dan het prijsverschil.

Laatst gecontroleerd: