Witgoud.com

9 karaat witgoud (375)

In Nederlandse vitrines is 375 het instapgehalte; in het Verenigd Koninkrijk is het al generaties de gewone keuze. Dat verschil in status zegt meer over gewoontes dan over kwaliteit. Hieronder per sieraadtype waar dit gehalte goed werkt en waar het tegenwerkt.

375 bevat 37,5 procent goud; ruim zestig procent is bijmetaal. Het materiaal is hard en stug, de kleur wisselt sterk per fabrikant, en de goudwaarde per gram ligt op ongeveer tweederde van die van 585. Voor lichte sieraden die weinig te verduren krijgen is dat een prima keuze.

Per sieraad beoordeeld

Geschiktheid van 375 per sieraadtype, uitgaande van dagelijks tot regelmatig gebruik.
SieraadOordeelReden
Oorstekers en kleine hangersPrimaNauwelijks wrijving, gewicht telt zwaarder dan gehalte
Fijne kettingPrimaStug materiaal rekt minder uit bij dunne schakels
Eenvoudige ringBruikbaarHoudt zijn vorm goed, maar kleurverloop bij slijtage valt op
Ring met veel kleine stenenMinder geschiktZetter heeft weinig speling; klauwtjes breken eerder dan ze buigen
Erfstuk of ring voor decenniaAfradenLage restwaarde en beperkte reparatiemarge bij herhaald werk
Armband met scharnier of slotWisselendHangt af van de constructie; vraag naar de dikte van het draagoog

De keerzijde van hard materiaal

Met zoveel bijmetaal is 375 stug. Dat leest als een voordeel, en bij een dunne ketting is het dat ook. Bij bewerkingen keert het zich tegen je: het materiaal buigt minder ver voordat het scheurt, wat vermaken, buigen van klauwen en solderen risicovoller maakt. Werkplaatsen rekenen voor werk aan dit gehalte daarom soms een hoger tarief, niet uit onwil maar vanwege de faalkans.

Daarbij komt het koperaandeel. Waar 585 en 750 grotendeels uit edelmetaal bestaan, zit in 375 een flinke fractie onedel materiaal dat kan aanslaan zodra de deklaag doorsleet. Wat dat visueel doet, staat bij de kleur van witgoud.

Kleur die per fabrikant verschilt

Bij dit gehalte is de legeringsruimte zo groot dat fabrikanten sterk uiteenlopende recepturen gebruiken. De ene 375-legering is koel grijswit, de andere onmiskenbaar roomkleurig. Twee sieraden met dezelfde stempel kunnen daardoor naast elkaar duidelijk verschillen zodra de rhodiumlaag begint te slijten. Koop je bij elkaar passende stukken, koop ze dan bij voorkeur in één keer en van dezelfde leverancier.

In Britse en Ierse stukken is 375 vrijwel altijd voorzien van een officieel keurteken. Op continentaal Europees werk staat vaker alleen het getal, wat een fabrieksopgave is. Zie de betekenis van de stempels 375, 585 en 750.

Wanneer het gehalte de moeite waard is

Wil je weten wat je bij verkoop ongeveer terugziet, kijk dan bij de prijs van 9 karaat per gram. Twijfel je tussen dit gehalte en de Nederlandse standaard, dan zet 9 tegenover 14 karaat de praktische verschillen op een rij. De volledige reeks staat op de hoofdpagina over karaat.

Veelgestelde vragen

Is 375 in het Verenigd Koninkrijk hetzelfde als hier?

Het gehalte wel. Het verschil zit in de status: daar is het een gewoon en breed geaccepteerd gehalte, hier vooral een instapoptie.

Moet 9 karaat vaker gerhodineerd worden?

De laag slijt even snel als op andere gehaltes. Wat sneller opvalt, is het resultaat: de legering eronder wijkt sterker af in kleur, dus je ziet slijtage eerder.

Kan een 375-ring vergroot worden?

Meestal wel, maar de marges zijn kleiner. Vraag de werkplaats vooraf of ze dit gehalte regelmatig bewerken en wat ze doen als het materiaal scheurt.

Bevat 375 witgoud altijd nikkel?

Nee, maar de kans is bij dit gehalte groter dan bij hogere, omdat er meer ruimte is voor goedkope bijmetalen. Alleen een meting of een opgave van de fabrikant geeft zekerheid.

Laatst gecontroleerd: